90% van de mensen kan deze simpele rekensom niet oplossen: Waarom makkelijke vragen niet altijd makkelijk zijn
Je hebt die kop waarschijnlijk al eens eerder gezien. Hij duikt op op sociale media, in video’s of in informele gesprekken:
“90% van de mensen kan deze simpele rekensom niet oplossen.”
In eerste instantie klinkt het overdreven, zelfs als clickbait. Een simpele rekensom kan toch niet iedereen in de problemen brengen? We leren wiskunde op school. We gebruiken dagelijks getallen. Hoe moeilijk kan het zijn?
En toch maken mensen steeds weer dezelfde fout.
Niet omdat ze onintelligent zijn. Niet omdat ze slecht zijn in wiskunde. Maar omdat de opgave eigenlijk helemaal geen wiskundige kennis test.
Het stelt ons denkvermogen op de proef .
De illusie van eenvoud
De uitdrukking “eenvoudige wiskundige opgave” schept een krachtige aanname. Het verlaagt onze alertheid. We haasten ons met het geven van een antwoord omdat we denken dat de oplossing voor de hand ligt.
Dat zelfvertrouwen is nu juist de valkuil.
De meeste van deze virale wiskundeproblemen hebben betrekking op:
Basisrekenen
Kleine aantallen
Bekende symbolen
Geen geavanceerde formules
Op het eerste gezicht lijken ze eenvoudig. Maar in wezen berusten ze op een bepaalde volgorde van handelingen, verborgen aannames of cognitieve sluiproutes waar onze hersenen vaak gebruik van maken.
Het resultaat? Een verrassend hoog foutenpercentage.
Een beroemd voorbeeld (zonder spoilers)
Je denkt misschien al aan een specifiek probleem. Eentje die er ongeveer zo uitziet:
Een korte vergelijking. Een paar getallen. Geen breuken. Geen variabelen. Geen trucsymbolen.
Mensen antwoorden vol zelfvertrouwen, maar zijn het ook luidkeels oneens.
Het fascinerende is niet welk antwoord juist is, maar waarom zoveel mensen met volstrekte zekerheid een onjuist antwoord geven.
Dat zelfvertrouwen vertelt ons iets belangrijks over het menselijk denken.