Een Gewone Ochtend
Op een ochtend ging een vrouw van 62 jaar alleen naar de markt.
Niemand wist dat er thuis zeven gestreken uniformen op haar wachtten.
Vier blauwe.
Drie witte.
Zij had ze allemaal gewassen.
Zij had zeven kinderen alleen grootgebracht.
Vier jongens.
Drie meisjes.
Haar man stierf toen de jongste nog niet eens kon lopen.
Ze had geen tijd om te rouwen.
Ze moest koken.
Jaren Van Stilte En Hard Werk
In de eerste jaren sliep ze soms maar drie uur per nacht.
Ze maakte trappen schoon.
Ze poetste kantoren na werktijd.
En ’s ochtends ging ze weer werken.
De kinderen groeiden op met een sleutel om hun nek.
Met huiswerk gemaakt aan de keukentafel.
Met kleding die eerst van hun broers of zussen was geweest.
Wanneer het geld niet genoeg was…
at zij niet.
Ze zei gewoon dat ze geen honger had.
De Keuzes Van De Kinderen
Vier van haar zonen kozen voor de politie.
Niet voor de uniformen.
Maar voor orde.
Drie van haar dochters kozen voor de geneeskunde.
Niet voor het geld.
Maar omdat ze hun moeder hadden zien volhouden.
Een Moeder Die Nooit Iets Vroeg
Toen ieder van hen succes had bereikt, vroeg de vrouw niets.
Geen dankbaarheid.
Geen hulp.
Ze zei alleen:
“Word goede mensen.
De rest komt vanzelf.”
Vandaag:
vervolg op volgende pagina
