1. Pel de ui en snijd hem in middelgrote ringen. Haal de ringen los.
2. Verhit de ui in een pan met een beetje olie.
3. Spoel de lever grondig af onder stromend water en dep hem droog met keukenpapier. Snijd de lever op een snijplank met een scherp mes in dunne plakjes van ongeveer 1 cm dik, waarbij u eventuele vliesjes en aderen verwijdert.
4. Meng in een kom 5 tot 6 eetlepels bloem met 1 theelepel zout. Meng goed en bedek de leverplakjes ermee. Schud voorzichtig de overtollige bloem eraf en leg de plakjes in de pan bovenop de gebakken ui. Zet het vuur laag en voeg indien nodig een beetje olie toe.
5. Bak de lever 1 tot 1,5 minuut, draai hem dan om, maar zorg ervoor dat hij de ui niet raakt. Doordat de lever bovenop de ui wordt gebakken, komt hij niet direct in contact met de hete pan, waardoor hij niet aanbrandt. Hierdoor kunnen de plakjes de heerlijke smaak van de gebakken ui goed opnemen.
6. Bak de lever aan de andere kant goudbruin, voeg hem dan bij de ui, dek af en laat 15 tot 20 seconden sudderen.
7. Haal de pan van het vuur, schik de lever op een bord, voeg de gebakken ui toe en serveer. Eet smakelijk!
