Destijds beschouwde ik het niet als “armoede”. Ik beschouwde het als normaal.
Iedereen om me heen leefde op een vergelijkbare manier. We deelden tips in plaats van geld. Hoe je langer warm water kunt gebruiken. Hoe je het veilig kunt opwarmen. Hoe je snel kunt afwassen zonder iets te verspillen. Het was geen overleven in de dramatische zin van het woord. Het was stille probleemoplossing, die als familiewijsheid van generatie op generatie werd doorgegeven.
Maar dit is iets waar mensen het niet over hebben: die gewoonten verdwijnen niet zomaar als je situatie verandert.
Zelfs jaren later, op plekken met warm water op aanvraag, betrap ik mezelf er nog steeds op dat ik de temperatuur twee keer controleer. Ik voel me nog steeds een beetje ongemakkelijk als ik de douche te lang laat lopen. En ik hoor nog steeds een innerlijke stem die me eraan herinnert dat warm water iets is waar je voor moet werken, niet iets wat je verspilt.
Opgroeien in armoede leert je bewustzijn. Voortdurend bewustzijn.
Je merkt dingen op die anderen niet zien. Het geluid van apparaten die te lang aanstaan. Lichten die aan blijven staan in lege kamers. Voedsel dat wordt weggegooid. Je merkt het op omdat die dingen ooit iets betekenden. Ze betekenden risico. Ze betekenden later ongemak.
En baden, iets wat veel mensen associëren met comfort en ontspanning, had ook zijn eigen betekenis. Het ging niet alleen om schoon worden. Het ging om timing. Planning. Middelen delen zonder ruzie te maken. Ervoor zorgen dat de volgende persoon nog genoeg had.
Er was geen privacy om te klagen. Geen ruimte voor zelfgenoegzaamheid. Je leerde snel te zijn. Efficiënt. Dankbaar.
Terugkijkend besef ik hoeveel emotionele lading er in die momenten schuilging. Niet op een luide, dramatische manier, maar op een stille. Het soort dat zich in je botten nestelt. Het soort dat bepaalt hoe je je in het leven beweegt.
Mensen romantiseren graag tegenslagen. Ze zeggen dat het karakter vormt. Ze zeggen dat het je sterker maakt. En misschien is dat ook wel zo. Maar het laat ook littekens achter.
Het geeft je een diepgaand begrip van wat het betekent om iets te missen. Het laat je meevoelen met mensen die het nog wel redden. En soms, wanneer het leven makkelijker wordt, ontstaat er een vreemd schuldgevoel.
Want als je water hebt gekookt om een bad te nemen, kan dat comfort onverdiend aanvoelen.
Je zou zomaar kunnen denken aan vroeger als je aan een kraan draait en er meteen heet water uitkomt. Je herinnert je misschien de geur van stoom in een koude keuken. Het zorgvuldig inschenken. De manier waarop iedereen op zijn of haar beurt wachtte.
Die herinneringen maken je niet bitter. Ze maken je bewust.
Ze herinneren je eraan dat achter elk ‘simpel’ ding een systeem schuilgaat waar niet iedereen toegang toe heeft. Dat wat voor de één vanzelfsprekend is, voor de ander een luxe kan zijn.
En misschien is dat wel de reden waarom beelden als deze zo’n grote impact hebben.
Een enkele pan kokend water oogt niet dramatisch. Er is geen gezicht. Geen zichtbare strijd. Gewoon een stil object dat stilletjes zijn werk doet. Maar voor de kenners zegt het alles.
