De politie gaf opdracht een politiehond in te zetten tegen een bejaarde veteraan, maar de reactie van de hond verbijsterde iedereen en veranderde alles.
—K9, aanval!
De mist leek stil te staan. De zee ook.
Maar de hond viel niet aan.
In plaats daarvan draaide hij zijn hoofd naar Valeria met een blik die geen verwarring uitstraalde. Het was… belediging. Een waarschuwing. Vervolgens, met een vastberadenheid die menig mens de rillingen over de rug deed lopen, positioneerde de Duitse herder zich pal tussen Don Ernesto en de agenten, met zijn poten stevig op de grond en zijn rug strak gespannen.
En hij gromde. Niet tegen de oude man. Tegen hen.
‘Wat…?’ fluisterde een agent.
“Delta, koppel aan! Dat is een bevel!” riep Valeria, en voor het eerst brak haar stem een beetje.
De hond gehoorzaamde niet. Hij klemde zich nog dichter tegen Don Ernesto aan, alsof hij hem wilde beschermen.
Er was een seconde, nauwelijks een seconde, waarop iedereen iets angstaanjagends begreep: de dreiging was niet de oude man. De dreiging was de waarheid die ze niet zagen.
Don Ernesto hief langzaam zijn handen op, met open handpalmen.
‘Alsjeblieft… ik begrijp het niet,’ fluisterde ze. ‘Kijk… kijk naar hem. Hij doet niets verkeerds.’
De Duitse herder wierp hem een zijdelingse blik toe, alsof hij wilde bevestigen dat de man er nog steeds was. Daarna richtte hij zijn blik weer op de rij wapens. Het was een levend schild.
Valeria slikte en liet het wapen iets zakken. Haar blik viel onwillekeurig op het tuigje van de hond. Onderaan, waar het materiaal de huid raakte, was een litteken zichtbaar.
Don Ernesto, alsof hij door iets van ver werd geleid, strekte zijn hand uit en tilde voorzichtig het tuig op. Hij raakte het merkteken aan met zijn vingertoppen.